CBR

Het CBR (een stichting, opgericht in 1927) is het bureau dat door de overheid is aangewezen om te beoordelen of men op verantwoorde wijze aan het verkeer kan deelnemen.
Om legaal met de motor de weg op te mogen, moet je een motorrijbewijs hebben.
Maar hoe gaat dat nou als je gehandicapt bent?


We kunnen twee categorieën onderscheiden.
Ten eerste is er een groep kandidaten die nog niet eerder een motorrijbewijs heeft behaald en dus vooraan moet beginnen.
De tweede groep heeft eerder wel een rijbewijs A behaald, maar heeft later als gevolg van ziekte of ongeval lichamelijke beperkingen opgelopen.
De procedure start in beide gevallen met het invullen van een Eigen Verklaring (EV). Dit is een formulier met vragen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de kandidaat.

Sander Bison tijdens een rijtest...

Als uit de Eigen Verklaring blijkt dat er sprake is van functiestoornissen komt men terecht in een speciale procedure. Er kan dan een afspraak gemaakt worden voor een Technisch Onderzoek (TO) op een van de regelmatig gehouden MMvG-zittingsdagen.
Op de zittingsdag volgt een gesprek met Helmut van der Smitte of Jaap Went, de 'deskundigen praktische rijgeschiktheid' (DPR) van het CBR. Ook de coördinator van de projectgroep Motor Mobiliteit voor Gehandicapten is hierbij aanwezig.
De bij het CBR bekende medische gegevens van de kandidaat én het resultaat van het passen op de motorfiets en de Body-Check bepalen of en op welke manier de kandidaat de motor op mag.
Om de privacy te waarborgen, blijven de medische gegevens alleen ter beschikking van het CBR.
De beoordeling wordt gedaan aan de hand van een aantal regels en normen. Er wordt bezien welke aanpassingen en technische voorzieningen aan de motor moeten worden aangebracht. Tevens wordt de eventuele noodzaak bepaald van orthopedische hulpmiddelen, zoals prothesen of orthesen. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van de Body-Check©. Dit is een toestel waarmee lichaamsfuncties die voor motorrijden belangrijk zijn gemeten kunnen worden.

Als alle voorzieningen gereed zijn, kan het echte motorrijden beginnen. Beginners die niet in het bezit zijn van het rijbewijs categorie B, moeten vóór de rijlessen het theoriecertificaat halen. Beginners die wel een autorijbewijs hebben, moeten het theoriecertificaat halen vóór het AVD-praktijkexamen.

Er wordt gestart met enkele gewennings-lessen. Als de instructeur na een aantal lessen vindt dat de voertuigbeheersing van de leerling toereikend is om daadwerkelijk het verkeer in te gaan, wordt een tussentijdse beoordeling aangevraagd bij het CBR. Tijdens deze test wordt bekeken of de gekozen aanpassingen juist zijn en de orthopedische hulpmiddelen naar behoren functioneren. Bij een positieve beoordeling kan de rijopleiding worden voortgezet en het examen worden aangevraagd. Het examen wordt afgenomen door een AA-examinator, die speciaal opgeleid is voor het afnemen van examens met aangepaste voertuigen. Hij is door de DPR op de hoogte gebracht van de achtergrondinformatie van de kandidaat.
Het examen is verder hetzelfde als voor ieder ander; in het verkeer moet iedereen tenslotte aan dezelfde rijvaardigheidseisen voldoen.

Voor kandidaten die eerder al in het bezit waren van een motorrijbewijs, heet de procedure: de Tussentijdse Melding.
Na het gesprek op de zittingsdag en het verwezenlijken van de technische oplossingen kan met lessen worden begonnen. Als de kandidaat na een aantal lessen naar het oordeel van de instructeur voldoende rijvaardigheid heeft opgedaan, wordt een rijtest aangevraagd bij de het CBR.

Verloopt deze test gunstig dan wordt een Verklaring van Geschiktheid afgegeven en kan een nieuw rijbewijs worden aangevraagd.
Op het nieuwe rijbewijs wordt aan de hand van een internationaal gebruikte cijfercode vermeld met welke aanpassingen en hulpmiddelen de betrokkene geacht wordt zijn motorfiets te besturen. Wordt hier niet aan voldaan, dan rijdt men zonder geldig rijbewijs en mogelijk ook zonder verzekering.

De DPR's van het CBR volgen de ontwikkelingen binnen de projectgroep op de voet. Aanpassingstechnieken, protheseontwerp en opleidingsmethoden komen vrijwel altijd in gezamenlijk overleg tot stand. Pas na terdege getest te zijn, volgt er toestemming om nieuwe technieken in de praktijk te gebruiken.

Internet: www.cbr.nl